Twiin bevat in de verschillende hoofdstukken objecten zoals afspraken, eisen, specificaties en richtlijnen. Om deze op een heldere, eenduidige en juridisch duidelijke manier te duiden voor de Twiin Deelnemer, Twiin Dienstverlener en GTK Leverancier en GTK Beheerder wordt gebruik gemaakt van RFC 2119. Dit is een richtlijn die vastlegt hoe woorden als MOET (MUST), ZOU MOETEN (SHOULD) en MAG (MAY) moeten worden geïnterpreteerd.
Vereiste-niveaus
|
RFC 2119-term |
Nederlandse term |
Interpretatie |
|---|---|---|
|
MUST / REQUIRED / SHALL |
MOET / VERPLICHT / ZAL |
Een absolute vereiste. |
|
MUST NOT / SHALL NOT |
MAG NIET / ZAL NIET |
Een absoluut verbod. Binnen Twiin is het omschrevene niet toegestaan. |
|
SHOULD / RECOMMENDED |
ZOU MOETEN / AANBEVOLEN |
Dit is een algemene vereiste die ondersteund zou moeten worden. Er kunnen valide redenen zijn om een onderdeel wel verplicht te stellen. Zo kan een vereiste worden versterkt bij een (zorg)toepassing in Twiin. Een eis met het niveau ‘ZOU MOETEN’ kan binnen de BgZ wel degelijk noodzakelijk zijn. |
|
SHOULD NOT / NOT RECOMMENDED |
ZOU NIET MOETEN / NIET AANBEVOLEN |
Dit is ongewenst, tenzij er een valide reden is om het in een specifiek geval toe te laten. |
|
MAY / OPTIONAL |
MAG / OPTIONEEL |
Een vrije keuze, een optie. |
Meta-model voor objecten
Objecten die zijn opgenomen in Twiin kennen verschillende attributen om helderheid te geven over hoe en waar ze van toepassing zijn. De attributen zijn alleen zichtbaar als ze relevant zijn en een waarde hebben.
|
Attribuut |
Toelichting |
Waardes |
|---|---|---|
|
ID |
De codering van objecten helpt om ze vindbaar en overzichtelijk te maken. Twiin-objecten (TW) zijn geschreven volgens onderstaande logica: TW-CATEGORIE-SUBCATEGORIE-VOLGNUMMER. |
Waar een categorie bijvoorbeeld een communicatiepatroon (P) of generieke functie (F) kan zijn en een subcategorie een specifieke functie daarbinnen, zoals Netwerkbeveiliging (NB). |
|
Naam |
De naam van het object. |
|
|
Soort |
Dit geeft aan wat voor soort object het betreft. |
Eis Specificatie Richtlijn Afspraak |
|
Status |
Dit attribuut geeft de status van het object weer:
|
Uitgefaseerd Normatief Trial Candidate Draft Informative Vervallen |
|
Omschrijving |
Omschrijving van het object met vereiste-niveau in de lopende tekst. |
|
|
Toelichting |
Toelichting op het object met mogelijk aanvullende eisen, maatregelen en best practices. |
|
|
Vereiste |
Deze waarde geeft het vereiste-niveau aan van het object. Zie hiervoor ‘Vereiste-niveaus’. |
MOET ZOU MOETEN MAG NIET ZOU NIET MOETEN MAG |
|
Implicatie bij toepassing |
Aanvullende informatie wanneer het object onderdeel is van een (zorg)toepassing, zoals BgZ. Als aanvullende informatie beschikbaar is, zal dit attribuut zichtbaar zijn. |
|
|
Rol |
Niet elk object is van toepassing bij elke rol. Het atribuut ‘rol’ geeft duiding aan wie dit dient te ondersteunen of implementeren. |
GTK GTK Beheerder Twiin Organisatie Twiin Deelnemer Twiin Dienstverlener |
|
Bedrijfsrol |
Bij een toepassing kunnen ook aanvullende rollen betrokken zijn. Deze worden weergegeven via dit attribuut. |
Nieuwe behandelaar Verwijzer Dossierhouder |
|
Functie (F) |
Dit attribuut geeft aan op welke generieke functie het object betrekking heeft.
|
Identificatie Authenticatie Autorisatie Behandelrelatie Toestemming Logging Adressering Localisatie Transparantie Netwerkbeveiliging Routering |
|
Patroon (P) |
Dit attribuut geeft aan op welk communicatiepatroon het object betrekking heeft. |
Notified Pull Pull Indexed Pull Push |
|
Actor |
Dit attribuut geeft aan op welke actor het object betrekking heeft. |
GTK Ontvanger GTK Verzender EPD Ontvanger EPD Verzender |
|
Toepassing (T) |
Dit zijn objecten die voor een specifieke toepassing gelden. |
BgZ Beelden Correspondentie |
|
Referenties |
Dit betreft verwijzingen binnen en buiten het stelsel, gerelateerd aan het object. |
|
|
Toetsingscategorie |
Vindt er een vorm van toetsing zoals validatie en kwalificatie plaats en zo ja, bij wie? |
Geen Via Twiin Via programma Via (kwaliteits)richtlijn Via Nictiz Via NTV |
|
Toetsingsvorm |
Op welke wijze wordt dit object getoetst:
|
Technisch Functioneel Zelfverklaring (Keten)test Externe verklaring |
|
Niveau |
Een object kan op verschillende niveaus gelden:
|
Specifiek Generiek Landelijk |